Vliegen met baby

‘Well, that wasn’t too bad,’ zegt de Litouwer naast me als de wielen van het vliegtuig de grond weer raken.
Ik weet niet of het grappig of vriendelijk bedoelt, maar ik kan het allebei waarderen.
Jad heeft vrijwel de hele vlucht gebruld alsof hij net geboren was. Gelukkig vlogen we niet naar de andere kant van de wereld, maar naar Ibiza.
‘At least I can really use this vacation now,’ zeg ik.

Gezinsvakantie

We gaan op vliegvakantie en mogen één stuk ruimbagage van 15 kilo meenemen. Nadat ik alle noodzakelijke babyspullen heb ingepakt, is de koffer vol. Her en der prop ik er nog wat flodderjurkjes van mij tussen.
‘Jouw kleding past niet meer,’ zeg ik tegen D. ‘Die moet in het kleine koffertje.’
‘Is goed,’ zegt D. ‘Ik heb toch niet veel nodig. Als je voor mij twee korte broeken pakt en een paar shirts is het goed.’
‘Moet ík jóúw koffer inpakken?’
‘Moet ik jouw koffer straks dragen?’
Maar dat vind ik flauw want dat is heel wat anders.

Nachtspook

Ik ben gezegend met een baby die prima vijf uur aan een stuk kan slapen. Alleen doet ‘ie dat dan wel aan het begin van de avond. Mijn nachten zijn dus al ruim vier maanden lang gebroken en inmiddels draai ik een beetje door.

‘Heeft Jad nog een fles gehad?’ vraag ik als Dougan ’s avonds een paar uur na mij naar bed gaat.
Voor ik het antwoord goed en wel hoor, ben ik alweer vertrokken. Om half 3 schrik ik wakker. Jad is nog steeds niet voor een voeding gekomen. Kordaat stap ik uit bed. Dan komt de voeding wel naar hem toe.
Ik wankel de keuken in om de waterkoker aan te zetten. Terwijl die zich opwarmt, zoek ik naar de fles. Nergens te vinden. Ik zie wel een geopend pak rijstebloem op het aanrecht staan en maak dat meteen even dicht. Vervolgens kijk ik om het hoekje de woonkamer in. Ja hoor, daar staat de fles. Met nog een bodempje melk erin. Huh?
Terwijl ik mijn hoofd breek over de vraag hoe het mogelijk is dat een fles die schoon op het aanrecht stond toen ik ging slapen nu met melkrestanten op de salontafel staat, maakt de waterkoker een geluid alsof hij bijna uit elkaar knalt. Jad wordt wakker. Zie je wel, heeft hij toch honger. Ik maak de fles schoon, schenk er 150 ml water in en strijk 5 schepjes kunstvoeding af. Eén. Twee. Vier. Vijf.
Ben ik nou een schepje vergeten? Voor de zekerheid gooi ik er nog een half schepje bij. Zo, bijna vijf of net iets meer dan vijf. Jad drinkt het flesje leeg en valt met zijn hoofdje in mijn hals en armpjes om mijn middel weer in slaap. Heerlijk vind ik dat. Laat de nachten nog maar even gebroken blijven; tegen mijn verwarde brein zijn andere maatregelen te treffen, zo blijkt de nacht erop:

IMG_1345

 

Slapen is voor baby’s

Om 4.39 uur vannacht nam ik weloverwogen het besluit om Jad voortaan in zijn eigen kamer te laten slapen.

Het was de zoveelste nacht op rij dat hij halverwege bedacht dat het wel genoeg was geweest. Na anderhalf uur spoken, verplaatste ik hem van de wieg naast ons bed in ons bed. Blij begon hij met zijn armen en benen te zwaaien en sloeg zo zijn vader wakker.
‘Nu ben ik er klaar mee. Ik ga hem in zijn eigen bed leggen,’ zei ik.
‘Eindelijk,’ zei Dougan. Die had al een paar keer eerder geopperd of het niet eens tijd werd. Vooral toen de ledematen van Jad door de spijlen van de wieg heen kwamen steken. Maar nee, ik moest er niets van weten.
‘Het is goed voor de hechting als kinderen dicht bij hun ouders slapen,’ zei ik dan. Nu zijn de afstanden in ons appartementje sowieso niet enorm groot, maar dat vergat ik voor het gemak even. Met als gevolg dat mijn ogen nacht na nacht bij elk zuchtje van Jad open vlogen.

Maar genoeg is genoeg, zelfs voor mij. En dus bracht ik Jad vannacht naar zijn eigen kamer. Eenmaal terug in bed kroop ik diep onder de dekens. Drie heerlijke seconden lag ik zo. Toen schoof ik omhoog zodat mijn oren bloot lagen. Hoorde ik Jad nou? Of juist niet? Als Dougan nou maar even stopte met ademhalen, dan kon ik het allemaal wat beter horen. Even overwoog ik om hem een por te geven, maar om minder had ik Jad uit onze slaapkamer verbannen. Dus stond ik nog eens op, om even te kijken of mijn baby het nog goed maakte. Die lag vrolijk te kirren. Opgelucht sprong ik mijn bed weer in en knalde bovenop Dougan. Ik hóórde hem gewoon denken. Het is een fase het is een fase het is een fase.

Als de waarheid als een slappe smoes klinkt

Veel te vroeg in de ochtend sta ik op de bus te wachten die me naar de trein brengt die me naar een andere trein brengt die me naar een andere bus brengt die me naar kantoor brengt.
‘Hey Anne!’ hoor ik opeens. ‘Is je verlof alweer voorbij?’ Mijn buurvrouw staat naast me.
‘Ja,’ zeg ik. En we babbelen wat over Jad en hoe groot hij al wordt en hoe stil hij is want ze hoort hem nooit huilen.
‘Vind je het moeilijk om hem achter te laten?’
Ik knipper met mijn ogen. ‘Een beetje. Ik zou liever bij hem blijven.’
Er rijdt een auto langs. In het schijnsel van de koplampen neemt ze me op. ‘Moet je nou huilen?’
‘Nee, nee! Dat komt door de wind,’ zeg ik en veeg mijn wangen droog.
Haar bus stopt en ze stapt in. Door mijn tranen heen zie ik hoe ze nog een keer naar me omkijkt.