Nachtspook

Ik ben gezegend met een baby die prima vijf uur aan een stuk kan slapen. Alleen doet ‘ie dat dan wel aan het begin van de avond. Mijn nachten zijn dus al ruim vier maanden lang gebroken en inmiddels draai ik een beetje door.

‘Heeft Jad nog een fles gehad?’ vraag ik als Dougan ’s avonds een paar uur na mij naar bed gaat.
Voor ik het antwoord goed en wel hoor, ben ik alweer vertrokken. Om half 3 schrik ik wakker. Jad is nog steeds niet voor een voeding gekomen. Kordaat stap ik uit bed. Dan komt de voeding wel naar hem toe.
Ik wankel de keuken in om de waterkoker aan te zetten. Terwijl die zich opwarmt, zoek ik naar de fles. Nergens te vinden. Ik zie wel een geopend pak rijstebloem op het aanrecht staan en maak dat meteen even dicht. Vervolgens kijk ik om het hoekje de woonkamer in. Ja hoor, daar staat de fles. Met nog een bodempje melk erin. Huh?
Terwijl ik mijn hoofd breek over de vraag hoe het mogelijk is dat een fles die schoon op het aanrecht stond toen ik ging slapen nu met melkrestanten op de salontafel staat, maakt de waterkoker een geluid alsof hij bijna uit elkaar knalt. Jad wordt wakker. Zie je wel, heeft hij toch honger. Ik maak de fles schoon, schenk er 150 ml water in en strijk 5 schepjes kunstvoeding af. Eén. Twee. Vier. Vijf.
Ben ik nou een schepje vergeten? Voor de zekerheid gooi ik er nog een half schepje bij. Zo, bijna vijf of net iets meer dan vijf. Jad drinkt het flesje leeg en valt met zijn hoofdje in mijn hals en armpjes om mijn middel weer in slaap. Heerlijk vind ik dat. Laat de nachten nog maar even gebroken blijven; tegen mijn verwarde brein zijn andere maatregelen te treffen, zo blijkt de nacht erop:

IMG_1345

 

Slapen is voor baby’s

Om 4.39 uur vannacht nam ik weloverwogen het besluit om Jad voortaan in zijn eigen kamer te laten slapen.

Het was de zoveelste nacht op rij dat hij halverwege bedacht dat het wel genoeg was geweest. Na anderhalf uur spoken, verplaatste ik hem van de wieg naast ons bed in ons bed. Blij begon hij met zijn armen en benen te zwaaien en sloeg zo zijn vader wakker.
‘Nu ben ik er klaar mee. Ik ga hem in zijn eigen bed leggen,’ zei ik.
‘Eindelijk,’ zei Dougan. Die had al een paar keer eerder geopperd of het niet eens tijd werd. Vooral toen de ledematen van Jad door de spijlen van de wieg heen kwamen steken. Maar nee, ik moest er niets van weten.
‘Het is goed voor de hechting als kinderen dicht bij hun ouders slapen,’ zei ik dan. Nu zijn de afstanden in ons appartementje sowieso niet enorm groot, maar dat vergat ik voor het gemak even. Met als gevolg dat mijn ogen nacht na nacht bij elk zuchtje van Jad open vlogen.

Maar genoeg is genoeg, zelfs voor mij. En dus bracht ik Jad vannacht naar zijn eigen kamer. Eenmaal terug in bed kroop ik diep onder de dekens. Drie heerlijke seconden lag ik zo. Toen schoof ik omhoog zodat mijn oren bloot lagen. Hoorde ik Jad nou? Of juist niet? Als Dougan nou maar even stopte met ademhalen, dan kon ik het allemaal wat beter horen. Even overwoog ik om hem een por te geven, maar om minder had ik Jad uit onze slaapkamer verbannen. Dus stond ik nog eens op, om even te kijken of mijn baby het nog goed maakte. Die lag vrolijk te kirren. Opgelucht sprong ik mijn bed weer in en knalde bovenop Dougan. Ik hóórde hem gewoon denken. Het is een fase het is een fase het is een fase.

Als de waarheid als een slappe smoes klinkt

Veel te vroeg in de ochtend sta ik op de bus te wachten die me naar de trein brengt die me naar een andere trein brengt die me naar een andere bus brengt die me naar kantoor brengt.
‘Hey Anne!’ hoor ik opeens. ‘Is je verlof alweer voorbij?’ Mijn buurvrouw staat naast me.
‘Ja,’ zeg ik. En we babbelen wat over Jad en hoe groot hij al wordt en hoe stil hij is want ze hoort hem nooit huilen.
‘Vind je het moeilijk om hem achter te laten?’
Ik knipper met mijn ogen. ‘Een beetje. Ik zou liever bij hem blijven.’
Er rijdt een auto langs. In het schijnsel van de koplampen neemt ze me op. ‘Moet je nou huilen?’
‘Nee, nee! Dat komt door de wind,’ zeg ik en veeg mijn wangen droog.
Haar bus stopt en ze stapt in. Door mijn tranen heen zie ik hoe ze nog een keer naar me omkijkt.

De Onderdrukking Van De Vrouw

Wat me nu toch weer werd gezegd. ‘Jouw vriend is moslim toch? Wacht maar, binnen vijf jaar draag jij een hoofddoek.’

En wat dan nog, zou je denken, om vervolgens verder te gaan met je eigen leven. Maar wacht even. Een waarschuwing, al wordt die dan een tikkeltje te triomfantelijk gegeven door iemand die jou verder niet kent en je vriend nog minder, moet je nooit zomaar in de wind slaan. Zo’n man maakt zo’n opmerking immers niet voor niets. Het gaat niet zozeer om de hoofddoek, maar waar die volgens hem voor staat. De Onderdrukking Van De Vrouw.

Anne: ‘Zullen we een experiment doen waarbij jij een week lang elke dag mag bepalen wat ik draag?’
D: ‘Waarom?’
Anne: ‘Dat is leuk voor mijn blog.’
D: ‘Oké.’
Anne: ‘Dus wat mag ik vandaag aan?’
D: ‘Iets warms, want het wordt koud.’
Anne: ‘Maar ik wil eigenlijk mijn nieuwe jurk aan. Mag dat ook?’
D: ‘Die is toch niet warm?’
Anne: ‘Ik wist het! Jij wilt gewoon dat ik een sjaal omdoe!’
D: ‘Doe die jurk nou maar aan.’

En dat was dan meteen het einde van het experiment. Gelukkig kan ik nu met zekerheid zeggen dat D. niet het soort man is die zijn vrouw onderdrukt.

Van die ander kan ik dat dus niet zeggen, trouwens. Wat ik nog het meest in zijn opmerking mis, is mijn eigen rol in het geheel. Dat ik wel of geen hoofddoek draag, is omdat ík dat wel of niet wil. Maar dat komt in zijn hoofd niet op. In zijn ogen ben ik blijkbaar een vrouw zonder zeggenschap over haar eigen leven; die dient te gehoorzamen aan de wil van haar man. Als dat je beeld is van vrouwen hè… wie is hier dan degene die vrouwen onderdrukt.

Als het melkmeisje weer gaat werken

Jad is wat je noemt een borsten-man. Vandaar dat hij zo gek is op zijn mama. Vandaar ook dat hij de speen van een fles niet moet.

Met die fles zijn Jad en ik netjes al een paar weken na zijn geboorte gaan oefenen. Want je wilt niet dat je na drie maanden verlof, als je weer gaat werken en je de baby achterlaat bij de oppas, ontdekt dat de baby een flesweigeraar is. Maar in plaats van dat het drinken uit de fles steeds beter ging, ging het bij Jad steeds slechter. Terwijl de weken van mijn verlof verstreken, werd ik dan ook steeds ongeruster. En begon mijn zoekgeschiedenis van Google vol te staan met zoekopdrachten als ‘flesweigeren tips’, ‘symptomen ondervoeding baby’ en ‘sondevoeding baby’. Je weet immers maar nooit.

Alle tips heb ik ondertussen bijna allemaal geprobeerd. Een kleinere, zachtere speen die op een tepel lijkt, andere voeding, de baby lekker dicht tegen me aanhouden, de baby juist wat verder van mij afhouden, hem de fles aanbieden voor het slapen, hem de fles aanbieden na borstvoeding, keer op keer poesje mauw zingen (‘ik heb lekkere melk voor jou’). Vertellen dat de arme kindjes in Oost-Ghouta helemaal geen melk hebben. Het mag allemaal niet baten. Zodra Jad zijn mondje om de speen sluit en merkt dat hij is gefopt, begint hij van boosheid te huilen. En hij mag dan kleinere longen hebben dan ik, hij heeft een langere adem. Waardoor ik het negen van de tien keer eerder opgeef dan hij en mijn jurk maar weer omhoog hijs.

Dus daar zitten we nu. Mijn verlof is voorbij en Jad weigert de fles. De enige internettip die ik nooit heb uitgeprobeerd (want dat kan ik écht niet over mijn moederhart verkrijgen) is hongerprovocatie. Maar ik heb een kleine hoop dat dat morgen bij zijn oppasoma dé oplossing blijkt te zijn. En anders is er altijd nog sondevoeding. Een hele geruststellende gedachte.