Zo spreek je vloeiend Arabisch (in het Nederlands)

Van de 13 duizend Eritreeërs die in de afgelopen jaren naar Nederland zijn gekomen, ken ik er slechts één. En die ene heeft de onzalige gewoonte om midden in de nacht door zijn appartement te springen als ik een paar meter erboven probeer te slapen. Voor mijn beeldvorming zou het dus geen kwaad kunnen om eens andere Eritreeërs te spreken. Maar mijn Tigrinya is nog niet zo goed.

Met Syriërs communiceren gaat me daarentegen probleemloos af sinds ik de basisbeginselen van het Arabisch ken. En dan bedoel ik niet de klanken, maar de manier waarop met elkaar wordt gepraat. Nu weet ik dat daten praten met een Syriër niet voor iedereen even vanzelfsprekend is. Om je toch op weg te helpen naar wat meer interactie, deel ik drie lessen Arabisch. Handig: je kunt ze gewoon in het Nederlands toepassen.

1. Geef een compliment
Of tien, want één compliment is eigenlijk geen compliment. Dat lokt alleen maar een opmerking uit als: ‘Meer complimenten, meer.’
Om niet jaloers over te komen, voeg je na elk compliment ‘mashalla’ toe.

2. Overdrijf
In een taal waarin je iedereen je geliefde noemt en ochtenden vol rozen toewenst, kan het niet gek genoeg.
‘Misschien is het jouw adem die jouw eten zo lekker maakt,’ dweepte ik eens.
D. knikte serieus. ‘Dat is ook een uitdrukking in het Arabisch.’
Had ik kunnen weten.

3. Zweer het bij alles waar je in gelooft
Overdrijf, jawel, maar altijd met een oprecht hart. Om te voorkomen dat iemand aan je intenties twijfelt, begin je elke zin met ‘wallah’.

Ik zweer het. Met deze drie lessen lijkt het alsof je vloeiend Arabisch spreekt, mashalla.

Arabisch voor beginners

Kom maar op

Als D. mij op maandagochtend om 4.50 wakker belt, is mijn eerste gedachte: misschien heeft hij eng gedroomd.
‘Wat is er?’ vraag ik daarom lief, ondanks het tijdstip.
‘Je auto staat in brand,’ zegt hij.
Ik vlieg overeind. ‘In brand?’ roep ik. Dan zak ik terug in mijn kussens en kruipt een schuldgevoel over me heen. Misschien is het karma. Twee dagen eerder vervloekte ik die auto nog omdat ‘ie keer op keer onder mijn trillende benen afsloeg. Dat gevoel blijft de hele dag hangen, tot iemand zegt: ‘Elk verlies is een bevestiging dat er iets beters komt.’
Ik voel mij meteen beter. Ha, denk ik, kom maar op!

Kom maar op

Het date-dilemma

‘Ik wil je zien,’ zegt hij.
Zijn stem valt haast weg door het geluid van zomer in de stad en ik druk mijn telefoon tegen mijn oor.
‘Wát zeg je?’ vraag ik.
‘Ik wil je zien. Kun je morgen afspreken?’
‘Ja,’ zeg ik blij, want ik wil hem ook zien, vooral zijn ogen als hij lacht.
En met een glimlach om mijn lippen en mijn telefoon in mijn hand loop ik verder. ‘Ping’ klinkt het. Ik kijk naar mijn telefoon en zie een appje binnenkomen.
‘Hi Anne! De chefs van het Rozentuindiner stellen zich morgen voor. Heb jij tijd en zin om erheen te gaan en een artikel te schrijven?’
Mijn hart en ik blijven midden op straat stilstaan.
‘Sorry,’ typ ik dan. ‘Ik kan morgen niet.’
Mijn duim zweeft boven de woorden, maar ik aarzel.
Anne, je laat niet een kans om te schrijven voorbijgaan voor een man, spreek ik mijzelf rap toe.
Mijn duim tikt op Stuur.
Als hij mij echt leuk vindt, begrijpt hij het.