Kerstkleren

Alle kerstwensen ten spijt is er na 2018 jaar nog altijd geen vrede op aarde. Kerst is voor mij vooral een feest om mijn enige designerjurk uit de kast te trekken en te doen alsof. D. daarentegen heeft niet zoveel met kerst (ook niet met doen alsof) en loopt de hele dag in zijn joggingbroek rond.

‘Doe je voor het eten wel je nette broek aan?’ vraag ik. (Hoewel dat vraagteken er alleen maar voor de vorm bij staat).
Om de vrede te bewaren trekt hij een spijkerbroek aan (‘de netste die ik heb’) en kunnen we aan tafel.

Tussen de kalfsrollade en de panna cotta geeft de dreumes een flinke ruk aan het tafelkleed. Een glas rode wijn belandt óp mijn buik in plaats van erin. Ik high five de dreumes om zo’n goeie treffer en excuseer me voor een kledingwissel. Met mijn enige chique jurk nu in een badje met babyshampoo, is de keuze snel gemaakt. Mijn favoriete trui en de joggingbroek van D.

Zo spreek je vloeiend Arabisch (in het Nederlands)

Van de 13 duizend Eritreeërs die in de afgelopen jaren naar Nederland zijn gekomen, ken ik er slechts één. En die ene heeft de onzalige gewoonte om midden in de nacht door zijn appartement te springen als ik een paar meter erboven probeer te slapen. Voor mijn beeldvorming zou het dus geen kwaad kunnen om eens andere Eritreeërs te spreken. Maar mijn Tigrinya is nog niet zo goed.

Met Syriërs communiceren gaat me daarentegen probleemloos af sinds ik de basisbeginselen van het Arabisch ken. En dan bedoel ik niet de klanken, maar de manier waarop met elkaar wordt gepraat. Nu weet ik dat daten praten met een Syriër niet voor iedereen even vanzelfsprekend is. Om je toch op weg te helpen naar wat meer interactie, deel ik drie lessen Arabisch. Handig: je kunt ze gewoon in het Nederlands toepassen.

1. Geef een compliment
Of tien, want één compliment is eigenlijk geen compliment. Dat lokt alleen maar een opmerking uit als: ‘Meer complimenten, meer.’
Om niet jaloers over te komen, voeg je na elk compliment ‘mashalla’ toe.

2. Overdrijf
In een taal waarin je iedereen je geliefde noemt en ochtenden vol rozen toewenst, kan het niet gek genoeg.
‘Misschien is het jouw adem die jouw eten zo lekker maakt,’ dweepte ik eens.
D. knikte serieus. ‘Dat is ook een uitdrukking in het Arabisch.’
Had ik kunnen weten.

3. Zweer het bij alles waar je in gelooft
Overdrijf, jawel, maar altijd met een oprecht hart. Om te voorkomen dat iemand aan je intenties twijfelt, begin je elke zin met ‘wallah’.

Ik zweer het. Met deze drie lessen lijkt het alsof je vloeiend Arabisch spreekt, mashalla.

Arabisch voor beginners

Kom maar op

Als D. mij op maandagochtend om 4.50 wakker belt, is mijn eerste gedachte: misschien heeft hij eng gedroomd.
‘Wat is er?’ vraag ik daarom lief, ondanks het tijdstip.
‘Je auto staat in brand,’ zegt hij.
Ik vlieg overeind. ‘In brand?’ roep ik. Dan zak ik terug in mijn kussens en kruipt een schuldgevoel over me heen. Misschien is het karma. Twee dagen eerder vervloekte ik die auto nog omdat ‘ie keer op keer onder mijn trillende benen afsloeg. Dat gevoel blijft de hele dag hangen, tot iemand zegt: ‘Elk verlies is een bevestiging dat er iets beters komt.’
Ik voel mij meteen beter. Ha, denk ik, kom maar op!

Kom maar op