Mijn liefdesaffaire met het leven

Als ik zeg dat ik niet in God geloof, vind ik het toch nog zielig voor hem,’ zei Rebekka en ze verwoordde wat ik voel.

Ik kan God niet helemaal loslaten. Hij is al vijfentwintig jaar deel van mijn leven en ik ben aan hem gewend geraakt. Maar mijn relatie met God is er een van afwijzing en schuld. Ik ben hem ontrouw. Ik houd van het leven. En ik ken God; ik weet dat hij jaloers is. Hij duldt geen andere liefdes naast zich.

Mijn liefdesaffaire met het leven

Vijf dingen die mannen tegen mij hebben gezegd tijdens het dansen

(Voor wie niet kan begrijpen dat ik niet verliefd word op de mannen met wie ik dans.)

1. ‘Jij moet mij altijd volgen.’

2. ‘Doe iets sexy.’

3. ‘Eén, twee, drie .. vijf, zes, ze-ven … één, twee, drie … vijf, zes, ze-ven …één, twee, drie … vijf, zes, ze-ven … ’ etc. etc.

4. ‘Wauw, jij danst echt goed. Nee echt, ik vind dat je héérlijk danst. Ik kan de hele avond met jou dansen.’

5. ‘…’  En toen liet hij me midden op de dansvloer staan.

Op zoek naar de liefde ehh baan van mijn leven

Solliciteren is net als daten. De arbeidsmarkt ligt voor me open en is vol met kanshebbers. Oké, de meest aantrekkelijke exemplaren zijn vaak al vergeven, maar ik ben positief. ‘Je hoeft er tenslotte maar één te vinden, Anne,’ houd ik mezelf voor. Eén leuke baan die mijn hart sneller doet kloppen, die mij uitdaagt en laat groeien, en die mij rijk maakt. En zolang ik die ene nog niet heb gevonden, is het zoeken ook leuk.

Leuk, maar niet makkelijk. Of misschien ben ik te kritisch. Baan na baan krijg ik onder ogen en baan na baan swipe ik naar links. Nee, nee, nee- oh die was eigenlijk toch wel leuk, nee, nee, nee. Soms is er opeens toch een match. Dan wordt het pas echt spannend. Een paar berichtjes over en weer uitwisselen. Het niet kunnen laten om al te dromen van een toekomst samen. Tien verschillende outfits aantrekken om uiteindelijk in mijn eeuwige zwarte broek te schieten omdat die het lekkerst zit. Met een buik vol kriebels en dat hoofd vol dromen op weg. En dan: de eerste indruk en het aftasten tijdens het gesprek.

Vooral dat laatste. Want net als met daten komen de verwachtingen niet altijd overeen. Vooral niet als de ander bindingsangst heeft. (Toegegeven: organisaties zijn niet de enige die in de stress schieten bij de gedachte aan levenslang. Als het serieus lijkt te worden, raak ik ook in paniek. Dan gaat mijn hart tekeer en krijg ik bijna geen adem meer. Wil ik dit eigenlijk wel?)
Nog niet zo lang geleden werd ik er door zo een afgewezen voor de functie waarop ik solliciteerde. ‘Maar ik vind wel dat je een interessant profiel hebt, dus ik wil je toch graag leren kennen,’ werd me gezegd, ‘misschien kunnen we in de toekomst iets regelen op freelance basis.’
Mooie woorden en vage beloften. Ik wist niet of ik me gevleid of beledigd moest voelen, maar ik ging toch. Voor de ervaring, zeg maar. Ik had kunnen weten dat het met tranen zou eindigen.

Verliefd

‘Als ik lekker met iemand dans ben ik meteen verliefd’, zei een salsavriendinnetje. ‘Nu op hem bijvoorbeeld’ – en ze wees een man aan – ‘terwijl ik anders echt niet op hem zou vallen.’ Ik moest lachen. Niet om de man op wie ze op dat feest even verliefd was (want én hij kon goed dansen én hij had een leuke lach), maar omdat ik het grappig vond dat ze de kriebels in haar buik en de lichtheid in haar hoofd van zoveel draaien in verband bracht met verliefd zijn op een man.

Grappig en verbazend. Ik word namelijk nooit verliefd op de mannen met wie ik dans. Als ik al verliefd wordt voor een nacht, dan is het juist op de mannen die niet met me dansen. Dan stift ik mijn lippen nog roder, trek mijn schouders verder naar achter en til mijn hoofd hoger. Dan ben ik verliefd tot ze wel met me dansen. Maar eigenlijk heeft dat niks met verliefdheid te maken, alleen maar met aandacht.

Toch begrijp ik de verwarring. ‘Volgens mij is Anne verliefd op mij’, zei een jongen eens tegen datzelfde salsavriendinnetje. ‘Ze kijkt me tijdens het dansen zo stralend aan.’ En wat dat stralen betreft, had hij gelijk. Het had alleen niet met hem te maken. Als ik dans met wie dan ook verschijnt er als vanzelf een lach op mijn gezicht die niet meer verdwijnt. Dan schitteren mijn ogen en spat ik haast uit elkaar van geluk. Maar om aan de verwarring van mijn danspartners een einde te maken: ik ben alleen verliefd op het dansen.