Het date-dilemma

‘Ik wil je zien,’ zegt hij.
Zijn stem valt haast weg door het geluid van zomer in de stad en ik druk mijn telefoon tegen mijn oor.
‘Wát zeg je?’ vraag ik.
‘Ik wil je zien. Kun je morgen afspreken?’
‘Ja,’ zeg ik blij, want ik wil hem ook zien, vooral zijn ogen als hij lacht.
En met een glimlach om mijn lippen en mijn telefoon in mijn hand loop ik verder. ‘Ping’ klinkt het. Ik kijk naar mijn telefoon en zie een appje binnenkomen.
‘Hi Anne! De chefs van het Rozentuindiner stellen zich morgen voor. Heb jij tijd en zin om erheen te gaan en een artikel te schrijven?’
Mijn hart en ik blijven midden op straat stilstaan.
‘Sorry,’ typ ik dan. ‘Ik kan morgen niet.’
Mijn duim zweeft boven de woorden, maar ik aarzel.
Anne, je laat niet een kans om te schrijven voorbijgaan voor een man, spreek ik mijzelf rap toe.
Mijn duim tikt op Stuur.
Als hij mij echt leuk vindt, begrijpt hij het.

Mijn liefdesaffaire met het leven

Als ik zeg dat ik niet in God geloof, vind ik het toch nog zielig voor hem,’ zei Rebekka en ze verwoordde wat ik voel.

Ik kan God niet helemaal loslaten. Hij is al vijfentwintig jaar deel van mijn leven en ik ben aan hem gewend geraakt. Maar mijn relatie met God is er een van afwijzing en schuld. Ik ben hem ontrouw. Ik houd van het leven. En ik ken God; ik weet dat hij jaloers is. Hij duldt geen andere liefdes naast zich.

Mijn liefdesaffaire met het leven

Vijf dingen die mannen tegen mij hebben gezegd tijdens het dansen

(Voor wie niet kan begrijpen dat ik niet verliefd word op de mannen met wie ik dans.)

1. ‘Jij moet mij altijd volgen.’

2. ‘Doe iets sexy.’

3. ‘Eén, twee, drie .. vijf, zes, ze-ven … één, twee, drie … vijf, zes, ze-ven …één, twee, drie … vijf, zes, ze-ven … ’ etc. etc.

4. ‘Wauw, jij danst echt goed. Nee echt, ik vind dat je héérlijk danst. Ik kan de hele avond met jou dansen.’

5. ‘…’  En toen liet hij me midden op de dansvloer staan.

Op zoek naar de liefde ehh baan van mijn leven

Solliciteren is net als daten. De arbeidsmarkt ligt voor me open en is vol met kanshebbers. Oké, de meest aantrekkelijke exemplaren zijn vaak al vergeven, maar ik ben positief. ‘Je hoeft er tenslotte maar één te vinden, Anne,’ houd ik mezelf voor. Eén leuke baan die mijn hart sneller doet kloppen, die mij uitdaagt en laat groeien, en die mij rijk maakt. En zolang ik die ene nog niet heb gevonden, is het zoeken ook leuk.

Leuk, maar niet makkelijk. Of misschien ben ik te kritisch. Baan na baan krijg ik onder ogen en baan na baan swipe ik naar links. Nee, nee, nee- oh die was eigenlijk toch wel leuk, nee, nee, nee. Soms is er opeens toch een match. Dan wordt het pas echt spannend. Een paar berichtjes over en weer uitwisselen. Het niet kunnen laten om al te dromen van een toekomst samen. Tien verschillende outfits aantrekken om uiteindelijk in mijn eeuwige zwarte broek te schieten omdat die het lekkerst zit. Met een buik vol kriebels en dat hoofd vol dromen op weg. En dan: de eerste indruk en het aftasten tijdens het gesprek.

Vooral dat laatste. Want net als met daten komen de verwachtingen niet altijd overeen. Vooral niet als de ander bindingsangst heeft. (Toegegeven: organisaties zijn niet de enige die in de stress schieten bij de gedachte aan levenslang. Als het serieus lijkt te worden, raak ik ook in paniek. Dan gaat mijn hart tekeer en krijg ik bijna geen adem meer. Wil ik dit eigenlijk wel?)
Nog niet zo lang geleden werd ik er door zo een afgewezen voor de functie waarop ik solliciteerde. ‘Maar ik vind wel dat je een interessant profiel hebt, dus ik wil je toch graag leren kennen,’ werd me gezegd, ‘misschien kunnen we in de toekomst iets regelen op freelance basis.’
Mooie woorden en vage beloften. Ik wist niet of ik me gevleid of beledigd moest voelen, maar ik ging toch. Voor de ervaring, zeg maar. Ik had kunnen weten dat het met tranen zou eindigen.