Gestolen momenten

Jad heeft niet alleen mijn hart gestolen, maar ook het grootste gedeelte van mijn tijd. Zodra hij ’s ochtends wakker wordt, ritst hij zijn slaapzak los, schopt hij zijn benen in de lucht en roept hij: ‘Mama! Mama! Maaamaaa!!!’ Klaar om weer een nieuwe dag door te brengen met zijn mama, zijn baba, zijn opa, zijn oma, de buurvrouw, de dochter van de buurvrouw, de hond van de dochter van de buurvrouw, etc. etc.

Waar ik als het kind al het liefst in een hoekje wegkroop om ongezien mijn eigen gang te kunnen gaan, wil Jad juist alles wat hij meemaakt delen. En aangezien ik alweer twee maanden fulltime thuis met hem ben, wil hij vooral alles delen met mij.
‘Mama! Mama! Mama!’ Kijk, een vlieg op het raam. De vuilniswagen. Het gras wordt gemaaid. Daar loopt een poes. Kijk, een auto. En ook nog een fiets! Wat is de wereld toch prachtig!!! Zullen we naar buiten gaan? Ik wil mijn oude sneakers aan. Nee, mijn nieuwe sneakers. Nee, mijn kaplaarzen. NEE, de werkschoenen van baba! Wat zijn schoenen toch mooi!!!

Eenmaal op straat blijft Jad net zolang voor iedere voorbijganger staan totdat ik wel een praatje met hen moet maken. En als we eindelijk verder kunnen lopen, zwaait hij hen nog lang nadat ze uit zijn zicht verdwenen zijn uit.

Heel lief, zo’n gezelligheidsdiertje. En dodelijk vermoeiend. Uit mijn leven voor Jad mis niet zozeer het dansen, of het reizen, of mijn zorgeloosheid, of het altijd uitgeslapen zijn. Ik mis het alleen-zijn. En dus, zodra de kans zich voordoet, glip ik er tussenuit voor een verloren halfuur waarin niemand mij nog mist en ik weer even onzichtbaar kan zijn.

(Om daarna de voordeur open te gooien en mijn armen te spreiden voor een zielsgelukkig mannetje dat op me af komt rennen).

Aai over de bol

Je weet dat je écht een moeder bent, als je zelfs gaat moederen over kinderen die de jouwe helemaal niet zijn.

Om de dertigers in ons midden zich weer eens jong te laten voelen, gingen we lasergamen. We waren niet de enigen; de ruimte was vol met een groep kinderen. Geconfronteerd met al die bewegelijke jongenslijven in trainingspakken, stelde ik meteen mijn tactiek bij. Rennen voor mijn leven naar een goede schuilplaats.

Vanuit mijn schuilplaats zag ik hoe een paar jongens op elkaar botsten en weer weg schoten. Maar een van hen bleef stilstaan met zijn hoofd naar beneden. Ik liep naar hem toe, hurkte zodat ik hem aan kon kijken en legde mijn hand op zijn schouderblad.
‘Gaat het?’ vroeg ik.
Hij snikte. ‘Iemand knalde zijn geweer tegen mijn hoofd aan.’
‘Wil je even naar buiten?’
‘Nee, het gaat wel.’ Hij poetste zijn tranen weg.
En toen strekte ik mijn hand uit en aaide ik hem over zijn hoofd. Hij schrok daar net zo hard als ik van en rende gauw weg.

De dertigers en verkeerde-kant-van-de-twintig-ers eindigden die middag in een hotelbar. Dat vond ik me wat sexy, maar wie houd ik eigenlijk voor de gek.

Pretpakket

Toen ik zwanger was, kwam D. op een dag thuis met een vuilniszak vol babykleertjes. Zijn collega, die ook haar eerste kindje verwachtte, had de kleertjes van haar buurvrouw gekregen en zelf al een eerste selectie gemaakt. De afdankertjes van de afdankertjes waren voor ons.

Dus niet hè. Voor mijn baby wilde ik alleen datgeen wat net zo nieuw en zacht was als hijzelf. Voor de vorm viste ik een romper en een joggingsetje uit de zak. Daarna d(ep)oneerde ik de hele handel bij de kringloop.

Nu, anderhalf jaar later, leef ik met een dreumes die pindakaas in zijn haren smeert en in schapenpoep rond stampt. Voor hem hoef ik niet meer het nieuwste van het nieuwste. Ik ben allang blij als er überhaupt nog iets schoons in zijn kast ligt.

Daarbij, hij is inmiddels al aan zijn vijfde garderobe bezig. Nu komt het geldbedrag dat ik aan zijn kleding uitgeef waarschijnlijk nog niet in de buurt van het bedrag dat ik op jaarbasis spendeer aan Thuisbezorgd, maar toch. Een beetje extra besparen kan nooit kwaad.

Groot was dan ook mijn enthousiasme toen ik ontdekte dat er op Marktplaats complete kledingpakketten worden verkocht voor een schijntje. De dreumes hobbelt nu alsnog rond in tweedehandsjes. En wat blijkt? Ik vind ‘m nog steeds even uniek.

Nachtspook

Ik ben gezegend met een baby die prima vijf uur aan een stuk kan slapen. Alleen doet ‘ie dat dan wel aan het begin van de avond. Mijn nachten zijn dus al ruim vier maanden lang gebroken en inmiddels draai ik een beetje door.

‘Heeft Jad nog een fles gehad?’ vraag ik als Dougan ’s avonds een paar uur na mij naar bed gaat.
Voor ik het antwoord goed en wel hoor, ben ik alweer vertrokken. Om half 3 schrik ik wakker. Jad is nog steeds niet voor een voeding gekomen. Kordaat stap ik uit bed. Dan komt de voeding wel naar hem toe.
Ik wankel de keuken in om de waterkoker aan te zetten. Terwijl die zich opwarmt, zoek ik naar de fles. Nergens te vinden. Ik zie wel een geopend pak rijstebloem op het aanrecht staan en maak dat meteen even dicht. Vervolgens kijk ik om het hoekje de woonkamer in. Ja hoor, daar staat de fles. Met nog een bodempje melk erin. Huh?
Terwijl ik mijn hoofd breek over de vraag hoe het mogelijk is dat een fles die schoon op het aanrecht stond toen ik ging slapen nu met melkrestanten op de salontafel staat, maakt de waterkoker een geluid alsof hij bijna uit elkaar knalt. Jad wordt wakker. Zie je wel, heeft hij toch honger. Ik maak de fles schoon, schenk er 150 ml water in en strijk 5 schepjes kunstvoeding af. Eén. Twee. Vier. Vijf.
Ben ik nou een schepje vergeten? Voor de zekerheid gooi ik er nog een half schepje bij. Zo, bijna vijf of net iets meer dan vijf. Jad drinkt het flesje leeg en valt met zijn hoofdje in mijn hals en armpjes om mijn middel weer in slaap. Heerlijk vind ik dat. Laat de nachten nog maar even gebroken blijven; tegen mijn verwarde brein zijn andere maatregelen te treffen, zo blijkt de nacht erop:

IMG_1345

 

Slapen is voor baby’s

Om 4.39 uur vannacht nam ik weloverwogen het besluit om Jad voortaan in zijn eigen kamer te laten slapen.

Het was de zoveelste nacht op rij dat hij halverwege bedacht dat het wel genoeg was geweest. Na anderhalf uur spoken, verplaatste ik hem van de wieg naast ons bed in ons bed. Blij begon hij met zijn armen en benen te zwaaien en sloeg zo zijn vader wakker.
‘Nu ben ik er klaar mee. Ik ga hem in zijn eigen bed leggen,’ zei ik.
‘Eindelijk,’ zei Dougan. Die had al een paar keer eerder geopperd of het niet eens tijd werd. Vooral toen de ledematen van Jad door de spijlen van de wieg heen kwamen steken. Maar nee, ik moest er niets van weten.
‘Het is goed voor de hechting als kinderen dicht bij hun ouders slapen,’ zei ik dan. Nu zijn de afstanden in ons appartementje sowieso niet enorm groot, maar dat vergat ik voor het gemak even. Met als gevolg dat mijn ogen nacht na nacht bij elk zuchtje van Jad open vlogen.

Maar genoeg is genoeg, zelfs voor mij. En dus bracht ik Jad vannacht naar zijn eigen kamer. Eenmaal terug in bed kroop ik diep onder de dekens. Drie heerlijke seconden lag ik zo. Toen schoof ik omhoog zodat mijn oren bloot lagen. Hoorde ik Jad nou? Of juist niet? Als Dougan nou maar even stopte met ademhalen, dan kon ik het allemaal wat beter horen. Even overwoog ik om hem een por te geven, maar om minder had ik Jad uit onze slaapkamer verbannen. Dus stond ik nog eens op, om even te kijken of mijn baby het nog goed maakte. Die lag vrolijk te kirren. Opgelucht sprong ik mijn bed weer in en knalde bovenop Dougan. Ik hóórde hem gewoon denken. Het is een fase het is een fase het is een fase.