Vliegen met baby

‘Well, that wasn’t too bad,’ zegt de Litouwer naast me als de wielen van het vliegtuig de grond weer raken.
Ik weet niet of het grappig of vriendelijk bedoelt, maar ik kan het allebei waarderen.
Jad heeft vrijwel de hele vlucht gebruld alsof hij net geboren was. Gelukkig vlogen we niet naar de andere kant van de wereld, maar naar Ibiza.
‘At least I can really use this vacation now,’ zeg ik.

Gezinsvakantie

We gaan op vliegvakantie en mogen één stuk ruimbagage van 15 kilo meenemen. Nadat ik alle noodzakelijke babyspullen heb ingepakt, is de koffer vol. Her en der prop ik er nog wat flodderjurkjes van mij tussen.
‘Jouw kleding past niet meer,’ zeg ik tegen D. ‘Die moet in het kleine koffertje.’
‘Is goed,’ zegt D. ‘Ik heb toch niet veel nodig. Als je voor mij twee korte broeken pakt en een paar shirts is het goed.’
‘Moet ík jóúw koffer inpakken?’
‘Moet ik jouw koffer straks dragen?’
Maar dat vind ik flauw want dat is heel wat anders.

Sonrisa

Het moeilijkste van alleen op vakantie gaan, was alleen thuis komen.
‘Ik heb niks om naar terug te keren,’ dacht ik toen het vliegtuig op verregende grond landde. Ik geloofde het echt. Ik geloofde het terwijl mijn vriendinnen ‘welkom terug!!!’ appten, mijn vader me ophaalde van de luchthaven, mijn moeder me overstelpte met knuffels en eten, en mijn zusje me troostte toen ze me op tranen betrapte.

*

‘Geef mij een woord,’ zei Victoria, ‘en ik schrijf een gedicht.’
Het was buiten fris die avond, dus zat ze met een okergele trui aan achter haar typmachine.
‘Sonrisa,’ zei ik. Het is mijn favoriete Spaanse woord; een glimlach laat de zon schijnen.
Ze dacht na, heel even maar, en begon toen toetsen aan te slaan.
‘Sonrisa,’ zei ze een paar minuten later. Ze haalde het groene papier uit haar typmachine en droeg voor:

Sonrisa

Alegre soy
alegre me siento
es mi modo de estar en este mundo
caotico y bello.
Sonrisas veo,
sonrisas doy,
quiero expresar con mi para
la paz
la libertad
y la hermosura de vivir
en armonia con la naturaleza
y todos las demás criaturas de la tierra.

In tegenstelling tot de open poëzieavond in een bar, waar ik geen woord verstond, begreep ik elk woord van Victoria’s gedicht. Vrolijkheid als levenshouding in deze mooie en chaotische wereld.

Sonrisa

Dag 8: Mijn schoonheid hoort niet in Granada

Omhuld door stoom- en geurwolken van rode amber voelde ik me vandaag in de hamam zelf even een oosterse schone. Hoewel er niemand was die me een granaatappel toewierp; maar ik was dan ook tot aan mijn kin in het heetwaterbad ondergedompeld.

Na vijf minuten had ik het bloedheet en dook ik in het koude bad, wat een bewonderende uitroep ontlokte aan twee vrouwen die er niet verder in durfden dan met hun tenen. Daarna liep ik bevallig naar het grote bad met het idee om het resterende uur + 25 minuten baantjes te trekken. Twee zoenende stelletjes in het bad maakten dat ik ervan af zag; ik wilde hun intimiteit niet verstoren.

Terwijl ik dus afwisselend in het hete en koude bad plonsde, besefte ik me dat ik nooit een oosterse schone wordt, hoe lang ik mijn huid ook aan de zon blootstel en hoeveel henna ik ook over mijn lichaam smeer. Ik heb er gewoon het geduld niet voor.

Op mijn laatste dag in Granada zie ik er meer uit als de backpackster die ik op mijn eerste dag hier zag. Haar blote voeten waren vuil van het stof, haar afgekloven nagels hadden zwarte rouwranden en haar bruinverbrande benen waren bedekt met een laag donshaar. Maar waar zij er op een vrijgevochten manier sexy uitzag, staat het mij slonzig.

‘Wil je een massage voor je rug of voor je rug en je benen?’ vroeg de masseur in de hamam.
‘Ook mijn benen,’ zei ik, want ik wil altijd alles.
Maar toen ik op mijn buik rolde en de masseur de handdoek terugsloeg zodat mijn benen ontbloot werden, verstrakte mijn lichaam.
Ik bedacht te laat dat ik mijn benen niet had geschoren.

Ik gaf het ter plekke op om te proberen aan welk schoonheidsideaal dan ook te voldoen. Ik volg beter mijn eigen formule (wat die ook moge zijn).

Dag 7: Mijn nieuwe eetfilosofie

Als ik reis, is er maar een eetregel waar ik me aan houd: eet nooit ergens twee keer. Zelfs in de kleinste bergdorpjes zijn er gemiddeld drie bars op vijf inwoners. Laat staan hoeveel er te proeven is in een stad als Granada! Maar zoals dat gaat met alles waar ik te stellig in geloof, is ook deze regel niet meer. En dit is wat me heeft bekeerd:

  • Vanille frappes en chai lattes van La Finca, een koffiebar in een zijstraat van de kathedraal waar geen licht invalt. De eigenaar heeft een tikje afstandelijke blik in zijn donkere ogen en ik moest vier keer terugkomen voor hij een blijk van herkenning gaf. Niet dat het me daarom te doen was.
  • Een knapperig broodje met olijfolie waar ik in wil baden en zoete, zoute jamón van Casa Lopera. Voor de bar staat een uitklapbord met een foto van het broodje. Dat zag ik pas de tweede keer, anders was ik er nooit naar binnen gegaan. En toen was het al te laat. Toen ik die tweede keer met een hongerige blik in mijn ogen aan de toonbank stond, lachte de eigenaar zonder verbaasd te zijn om mij alweer te zien. ‘Je moet er ook deze kaas bij nemen,’ zei hij en liet me de helft minder betalen dan de dag ervoor.
  • Marokkaanse kippasteitjes met amandelen en kaneel van Panadería Maria. Ook goed voor ontploft bladerdeeg met vanilleroom.
  • Crêpes van Baraka, met zoete (dulce de leche!) en hartige vulling die ik opeet op een houten bank tegen een muur van lucht.
  • Als het me lukt om een plekje te veroveren in deze stampvolle ijssalon: bolletjes vanille- en citroenijs van Los Italianos.
  • De thee en vegetarische curry’s van José. En terwijl ik maar door blijf eten en drinken, speelt hij gitaar.

Elke keer op dezelfde plekken eten is niet echt avontuurlijk. Maar wel een leuke manier om lekker eten en drinken van lekkere- ehh goede barista’s, chefs, bakkers en ijsmakers te waarderen.