Dag 5 & 6: Alleen op de wereld (of nou ja, in Granada)

Mijn alleen-zijn neemt een van de volgende vormen aan:

  1. Ik ben alleen en ik wikkel mijzelf in dat gevoel als in een deken.
  2. Ik ben alleen en ik heb zin om op het leven af te stappen en mensen te ontmoeten.
  3. Ik ben alleen en ik vind rust in de gedachte dat ik word omringd door de geesten van de mensen die van mij houden.

En dan is er nog een vierde vorm, die ik voelde nadat ik mijn vorige blog had geplaatst: ik voelde me eenzaam en het lukte me niet om mijn negatieve energie om te zetten in #1, #2 of #3.

Ik deed wel een poging. Ik ging de deur uit om te eten, maar alle terrassen zaten vol lachende stelletjes en ik kon het niet opbrengen om daar tussen te gaan zitten.

Uiteindelijk vond ik een bocadillo-afhaalrestaurantje. Ik bestelde een stokbrood met gemarineerde kip en heel veel knoflooksaus, nam het mee naar huis en at het in bed op. Mijn darmen waren daarna nog meer van slag dan ik was en zelfs de kopjes kamillethee van José hielpen niet.

De volgende dag kocht ik een donkerblauwe jumpsuit die me heel mysterieus en artistiek staat (vind ik zelf). Dat ik alleen was en ‘m droeg naar een open poëzie avond in een bar versterkte die dramatiek.

Onderweg naar de bar kwam ik twee bejaarde mannen tegen die tegen een muurtje hingen.
‘Heb je een vriendje?’ vroeg de oudste.
Hij lachte schaamteloos met open mond waarin de helft van zijn tanden ontbrak. Zijn buik piepte door de onderste open knoopjes van zijn overhemd door.
‘Nee, hoezo, wil jij mijn vriend zijn?’ vroeg ik.
‘Sí, sí,’ antwoordde hij. ‘Wil je ergens koffiedrinken?’
Ik sloeg zijn aanbod af, want ik moest door.

In de bar knoopte ik een praatje aan met de Spaanse Carmen en de Argentijnse Javier. Daarna luisterde ik naar het ritme en de klanken van woorden die ik niet verstond.

Mijn eenzaamheid was voorbij. En de volgende keer als het langskomt, weet ik wat me te doen staat. Dan stop ik mijn hoofd onder de dekens, huil ik mijzelf in slaap en trek ik de volgende ochtend mijn mooiste kleren aan.

Dag 4: Stad van verloren zielen

Stad van verloren zielen
‘Granada is de stad van verloren zielen die zichzelf terug willen vinden,’ zegt José. We zitten op het dakterras en nippen van zijn Pakistaanse thee*. Ondertussen vertelt hij dat hij vorige zomer naar Granada is verhuisd nadat zijn relatie van acht jaar stuk liep.

‘Echt? Staat Granada zo bekend?’ vraag ik verrast. Ik dacht dat het het alleen-zijn is dat mij zo zen maakt, maar blijkbaar is het iets in de lucht die vanuit de bergen door de stad waait.

Hoe het écht is om alleen op vakantie te zijn? Alsof ik verlicht ben. Mijn hart staat open voor alles wat ik voel, alles wat ik denk, alles wat gebeurt en alles wat niet gebeurt.

Of, in de woorden van José: ‘Jij hebt gewoon grote ballen.’

* Pakistaanse thee van José

  • Gelijke delen melk en water
  • Zwarte thee
  • Kaneel
  • Vanille
  • Kruidnagel
  • Kardemom
  • Citroenschil (optioneel)
  • Sinaasappelschil (optioneel)
  • Gember (optioneel)

Dag 3: Ik heb Granada wel gezien

Na drie dagen in Granada heb ik de wirwar aan straatjes in de oud-Arabische wijk Albayzin ontleed. Ik weet waar ik daar vette, Marokkaanse pasteitjes met kip, amandelen en kaneel kan krijgen. Ik heb er Alhambra bij daglicht, zonsondergang en nacht gezien.

Ik heb de stoffige weg naar Sacremonte beklommen. Onderweg kwam ik een zigeuner tegen die zo dronken was dat het kwijl uit zijn mond liep en hij op zijn benen werd gehouden door twee mannen en een vrouw. Ik heb de zigeunergrotten gezien en ik heb er een die te koop staat bezichtigd.

Ik heb alles wel gezien
Wonen in een studiogrot met Alhambra in je verre voortuin? Bel 0034605659870

Ik heb door de oude, Joodse wijk Realejo gedwaald en meters graffiti gespot. Ik heb de kathedraal al zo vaak gezien dat ik er inmiddels bijna niet meer naar omkijk. Ik heb thee gedronken en waterpijp gerookt in een tetería. Ik heb flamenco gehoord, gezien en gevoeld.

Ik heb eigenlijk al alles gedaan en gezien wat ik wilde doen en zien. En ik zit hier nog vijf volle dagen…

Hoe heerlijk is dat! Nu kan ik alles nóg een keer doen en alle details die me de eerste keer zijn ontgaan in mij opnemen. Nu kan ik Granada echt gaan ontdekken.

Dag 2: Duizend-en-een niet zo zwoele nachten

Alhambra lijkt de setting van een oosters sprookje, maar dat beeld werd vanochtend geruïneerd toen ik een flard opving van de uitleg van een gids.

De sultan van Alhambra bespiedde zijn haremvrouwen als zij aan het baden waren en wierp dan een granaatappel naar de vrouw van zijn keuze voor die nacht. Niet echt een verleider, die sultan. Hij kon toch op zijn minst een roos uit de paleistuin plukken.

Nee, dan de sultan van Alcázar in Sevilla. Zijn Russische prinses had zo’n heimwee naar de winters van haar land, dat hij honderden sinaasappelbomen in de stad liet planten. Elke lente zijn de straten bedekt met witte bloesem, als een dik pak sneeuw. Doe mij zo’n man.

Wat de sultan van Alhambra betreft: toen Isabel en Felipe op 2 januari 1492 Granada innamen, “weende hij als een vrouw om alles wat hij als een man verloren had.”

Duizend-en-een niet zo zwoele nachten

Dag 1: El ritmo de la calle

Ik was vergeten dat ik dit miste:

  • veel te sterke koffie met leche
  • tostada met een dikke laag boter en jam als ontbijt
  • gitaarspel uit smalle steegjes
  • slapen in de middag
  • lawaaierige tapasbars
  • claras con limón

Ik had verwacht dat alleen op vakantie gaan zou leiden tot confronterende gedachten en grote inzichten. Maar ‘el ritmo de la calle’ neemt me over en daarin is weinig plaats voor iets anders dan eten, ronddwalen en mensen kijken. En oh, af en toe een blik werpen op het decor…

El ritme de la calle