Buiten de lijnen

‘Dit is echt moeilijk,’ verzucht de vrouw naast me.
‘Ik kan dit helemaal niet,’ zegt haar vriendin.
‘En het lijkt zo makkelijk.’
‘Kijk hoe lelijk.’ De vriendin demonstreert haar handgeschreven letters.
‘Nee, mooi juist!’
‘Ik durf niet verder te gaan. Ik ben bang dat ik uitschiet.’
‘Ik wil ook zien wat de anderen maken.’ En meteen buigt mijn buurvrouw zich naar mij toe om mij op mijn vingers te kijken. ‘Ik zou er een vlindertje bij tekenen, dat past goed bij jouw tekst,’ zegt ze.
Ik moet me inhouden om haar en haar vriendin niet allebei een duw te geven zodat ze écht eens uit hun vastomlijnde kaders schieten.

Buiten de lijnen

 

Faux onafhankelijk

Twee jonge vrouwen (ze lijken niet ouder dan 21) met blonde haren en universitaire diploma’s in communicatie zitten in de zon en roddelen over bespreken de levens van vrouwen die minder ambitieus zijn dan zij.
‘Ik zou dat nooit willen. Mij laten onderhouden door een man,’ zegt de een.
‘Hmm,’ bevestigt de ander.
Maar dan bedenkt ze zich. ‘Eigenlijk zou ik daar echt geen enkele moeite mee hebben.’
‘Anne, dat vind ik niks voor jou!’ roept mijn vriendin uit.

Ik weet niet wat ik aan moet

Ik ben aangerand in het Vroesenpark. Ik lag op mijn buik met een lichtgeel jurkje als de zon op mijn huid in het gras. Opeens stond er een meisje naast me. ‘Je moet oppassen,’ zei ze. ‘Die gast tegenover je staat zichzelf af te trekken.’
Ik keek om. Aan de andere kant van het water haalde een man zijn hand uit zijn felblauwe trainingsbroek en kuierde weg.

Ik weet niet meer wat ik aan moet als ik zowel in een zomerjurkje als in een boerkini de openbare orde verstoor.

Ik weet niet wat ik aan moet
Spottersplek

Hoe word ik imperfect?

‘Je bent te perfectionistisch,’ zegt vrijwel iedereen in vrijwel elke situatie tegen mij.
Ik vind dat nogal ondankbaar. Doe ik zo mijn best om de mensen van wie ik hou en de mensen aan wie ik een hekel heb gelukkig te maken, zijn ze nog niet blij met mij. Terwijl ik juist snak naar hun bevestiging.
‘Houd op met jezelf aanpassen, wees gewoon jezelf,’ zeggen zij.
Maar dit ís wie ik ben.

Het zou me frustreren als ik niet zo zonnig als het einde van de zomer was. Ik zet mijn gevoelens opzij, google ‘hoe word ik imperfect’ en maak een actieplan. Want als ik dit doe, wil ik het goed doen. ’s Ochtends stap ik mijn open zwarte sandaaltjes zonder mijn teennagels te hebben gelakt.
Ik ben er klaar voor.

Hoe word ik imperfect

Alles wat ik schrijf is waar

Niet iedereen deelt mijn humor. ‘Schrijf hier maar een blog over,’ zei een van mijn zelfbenoemde proefkonijnen die zich beledigd voelde door wat ik schreef. ‘Het proefkonijn stopt.’ Maar naast dat ik dat geen sterke titel vind, vind ik het onderwerp niet passend. Mijn blog is niet mijn dagboek.

‘Is alles wat je schrijft wel echt gebeurd?’ vragen mensen soms aan mij.
‘Ja,’ zeg ik dan.
Maar niet altijd precies zoals het staat beschreven. Als ik werk of dans of in de trein zit of koffie drink, zijn er zoveel blikken, gebaren en losse opmerkingen die bij mij blijven haken. Soms raakt het me, vaak moet ik erom lachen. Als ik schrijf, vergroot ik zo’n blik, gebaar of opmerking uit. Door de context weg te laten, of door losstaande gebeurtenissen aan elkaar te koppelen. Alles wat ik schrijf is waar, maar het past niet één op één.

Mijn proefkonijn begrijpt dat niet. Dat kan ik me wel voorstellen, want op een punt moet ik hem gelijk geven. Ik blog omdat ik mijn stem zoek. Deze woordschetsen zijn mijn schrijfexperimenten en de mensen die ik tegenkom, zijn mijn proefkonijnen.
Maar sommigen zijn ook veel meer dan dat.