De Onderdrukking Van De Vrouw

Wat me nu toch weer werd gezegd. ‘Jouw vriend is moslim toch? Wacht maar, binnen vijf jaar draag jij een hoofddoek.’

En wat dan nog, zou je denken, om vervolgens verder te gaan met je eigen leven. Maar wacht even. Een waarschuwing, al wordt die dan een tikkeltje te triomfantelijk gegeven door iemand die jou verder niet kent en je vriend nog minder, moet je nooit zomaar in de wind slaan. Zo’n man maakt zo’n opmerking immers niet voor niets. Het gaat niet zozeer om de hoofddoek, maar waar die volgens hem voor staat. De Onderdrukking Van De Vrouw.

Anne: ‘Zullen we een experiment doen waarbij jij een week lang elke dag mag bepalen wat ik draag?’
D: ‘Waarom?’
Anne: ‘Dat is leuk voor mijn blog.’
D: ‘Oké.’
Anne: ‘Dus wat mag ik vandaag aan?’
D: ‘Iets warms, want het wordt koud.’
Anne: ‘Maar ik wil eigenlijk mijn nieuwe jurk aan. Mag dat ook?’
D: ‘Die is toch niet warm?’
Anne: ‘Ik wist het! Jij wilt gewoon dat ik een sjaal omdoe!’
D: ‘Doe die jurk nou maar aan.’

En dat was dan meteen het einde van het experiment. Gelukkig kan ik nu met zekerheid zeggen dat D. niet het soort man is die zijn vrouw onderdrukt.

Van die ander kan ik dat dus niet zeggen, trouwens. Wat ik nog het meest in zijn opmerking mis, is mijn eigen rol in het geheel. Dat ik wel of geen hoofddoek draag, is omdat ík dat wel of niet wil. Maar dat komt in zijn hoofd niet op. In zijn ogen ben ik blijkbaar een vrouw zonder zeggenschap over haar eigen leven; die dient te gehoorzamen aan de wil van haar man. Als dat je beeld is van vrouwen hè… wie is hier dan degene die vrouwen onderdrukt.

Buiten de lijnen

‘Dit is echt moeilijk,’ verzucht de vrouw naast me.
‘Ik kan dit helemaal niet,’ zegt haar vriendin.
‘En het lijkt zo makkelijk.’
‘Kijk hoe lelijk.’ De vriendin demonstreert haar handgeschreven letters.
‘Nee, mooi juist!’
‘Ik durf niet verder te gaan. Ik ben bang dat ik uitschiet.’
‘Ik wil ook zien wat de anderen maken.’ En meteen buigt mijn buurvrouw zich naar mij toe om mij op mijn vingers te kijken. ‘Ik zou er een vlindertje bij tekenen, dat past goed bij jouw tekst,’ zegt ze.
Ik moet me inhouden om haar en haar vriendin niet allebei een duw te geven zodat ze écht eens uit hun vastomlijnde kaders schieten.

Buiten de lijnen

 

Faux onafhankelijk

Twee jonge vrouwen (ze lijken niet ouder dan 21) met blonde haren en universitaire diploma’s in communicatie zitten in de zon en roddelen over bespreken de levens van vrouwen die minder ambitieus zijn dan zij.
‘Ik zou dat nooit willen. Mij laten onderhouden door een man,’ zegt de een.
‘Hmm,’ bevestigt de ander.
Maar dan bedenkt ze zich. ‘Eigenlijk zou ik daar echt geen enkele moeite mee hebben.’
‘Anne, dat vind ik niks voor jou!’ roept mijn vriendin uit.

Ik weet niet wat ik aan moet

Ik ben aangerand in het Vroesenpark. Ik lag op mijn buik met een lichtgeel jurkje als de zon op mijn huid in het gras. Opeens stond er een meisje naast me. ‘Je moet oppassen,’ zei ze. ‘Die gast tegenover je staat zichzelf af te trekken.’
Ik keek om. Aan de andere kant van het water haalde een man zijn hand uit zijn felblauwe trainingsbroek en kuierde weg.

Ik weet niet meer wat ik aan moet als ik zowel in een zomerjurkje als in een boerkini de openbare orde verstoor.

Ik weet niet wat ik aan moet
Spottersplek

Hoe word ik imperfect?

‘Je bent te perfectionistisch,’ zegt vrijwel iedereen in vrijwel elke situatie tegen mij.
Ik vind dat nogal ondankbaar. Doe ik zo mijn best om de mensen van wie ik hou en de mensen aan wie ik een hekel heb gelukkig te maken, zijn ze nog niet blij met mij. Terwijl ik juist snak naar hun bevestiging.
‘Houd op met jezelf aanpassen, wees gewoon jezelf,’ zeggen zij.
Maar dit ís wie ik ben.

Het zou me frustreren als ik niet zo zonnig als het einde van de zomer was. Ik zet mijn gevoelens opzij, google ‘hoe word ik imperfect’ en maak een actieplan. Want als ik dit doe, wil ik het goed doen. ’s Ochtends stap ik mijn open zwarte sandaaltjes zonder mijn teennagels te hebben gelakt.
Ik ben er klaar voor.

Hoe word ik imperfect