Alles wat ik schrijf is waar

Niet iedereen deelt mijn humor. ‘Schrijf hier maar een blog over,’ zei een van mijn zelfbenoemde proefkonijnen die zich beledigd voelde door wat ik schreef. ‘Het proefkonijn stopt.’ Maar naast dat ik dat geen sterke titel vind, vind ik het onderwerp niet passend. Mijn blog is niet mijn dagboek.

‘Is alles wat je schrijft wel echt gebeurd?’ vragen mensen soms aan mij.
‘Ja,’ zeg ik dan.
Maar niet altijd precies zoals het staat beschreven. Als ik werk of dans of in de trein zit of koffie drink, zijn er zoveel blikken, gebaren en losse opmerkingen die bij mij blijven haken. Soms raakt het me, vaak moet ik erom lachen. Als ik schrijf, vergroot ik zo’n blik, gebaar of opmerking uit. Door de context weg te laten, of door losstaande gebeurtenissen aan elkaar te koppelen. Alles wat ik schrijf is waar, maar het past niet één op één.

Mijn proefkonijn begrijpt dat niet. Dat kan ik me wel voorstellen, want op een punt moet ik hem gelijk geven. Ik blog omdat ik mijn stem zoek. Deze woordschetsen zijn mijn schrijfexperimenten en de mensen die ik tegenkom, zijn mijn proefkonijnen.
Maar sommigen zijn ook veel meer dan dat.

Vrijheid voor vrouwen

‘Je moet een discussie beginnen op je blog,’ zei A.
Wat hij bedoelde was: je moet eens schrijven over meer wezenlijke dingen dan dansen en mannen. Ik begrijp het wel. Niemand anders houdt zich zoveel met mij bezig als ikzelf. Daarom volg ik vandaag zijn advies. Ik wil het hebben over een van de meest wijdverspreide vormen van vrouwenonderdrukking in Nederland. Elke dag worden duizenden jonge meiden op subtiele wijze gekleineerd en niemand die het wilt horen, laat staan dat iemand zich ertegen uitspreekt. Ik wil het hebben over het woord meisje.

Meisje.

Het Nederlandse woord voor een jonge vrouw is een verkleinwoord. Waarom is dat? Taal is niet iets wat buiten ons om bestaat. We vormen taal om woorden te geven aan onze diepste overtuigingen. En in de Nederlandse cultuur is blijkbaar nog altijd het idee geworteld dat een jonge vrouw kleiner is dan zij is.

Toegegeven, ik ben zelf ook schuldig. Negen van de tien keer omdat ik nog geen ander woord heb gevonden.

Eén keer omdat ik geloof dat ik kleiner ben dan ik ben.

Het feestje (Bollywood-stijl)

(Het vervolg op Meisjes van (bijna) 11)

Ik gaf haar een kettinkje in (nep)goud met vier schitterende steentjes.
‘Oh, super mooi!’ riep ze uit toen ik het aan haar gaf.
Maar ik bekeek haar eens goed en bedacht dat ze misschien toch liever iets had gekregen in dezelfde zilverkleur als de nieuwe glitterschoentjes die ze droeg.
Haar twee schoolvriendinnen op de achtergrond verloren even hun aandacht voor hun telefoon. Ze namen mij nieuwsgierig op en trokken zich vervolgens gillend terug om te gaan dansen in de gang. Even maar. Al snel ploften ze neer op bed om de rest van de avond met hun tweeën te smoezen boven die telefoons.
Het jarige meisje kwam bij mij staan en keek ernaar.
‘De jongen op wie Olga verliefd is, heet Brian,’ vertelde ze.
Nog meer gegil vanaf het bed.
‘Wilt u hem zien? Oh nee, ik durf hem niet te laten zien! Oké, kijk, dit is hij,’ zei Olga in één adem tegen mij en ze liet me een Instagramfoto zien van een stoere jongen (volgens haar) met een babyface (volgens mij, maar dat heb ik haar maar niet gezegd).
‘En op wie ben jij verliefd?’ vroeg ik aan het jarige meisje.
Ze trok een vies gezicht.
‘Op niemand,’ zei ze en ze maakte zich zo snel als ze kon op die glitterschoentjes uit de voeten.
Ik lachte en geloofde er niks van. Toen ik elf was, was ik zonder uitzondering verliefd op alle ‘oudere mannen’ die de vrienden van mijn broer waren.

Ik liep naar de woonkamer en werd daar met mijn blonde haren en lichte huid met evenveel nieuwsgierigheid bekeken door de familie.
‘Ben je weleens vaker op een Hindoestaanse verjaardag geweest?’ wilde iedereen weten.
‘Nee, dit is de eerste keer,’ zei ik, maar tijdens het Bollywood dansen wiebelde ik lustig mee op mijn tenen en draaide met mijn armen alsof ik nooit anders heb gedaan.
Ze waren er stil van.
Zo stil, dat ik eigenlijk weer naar huis wilde gaan. Maar het jarige meisje kwam naast me zitten op de hoek van de bank.
‘Blijf je nog tot het taart aansnijden?’ vroeg ze.
Ze stak zelf de elf kaarsjes in een slagroomtaart van de Aldi aan waarop haar broertje ze uitblies. Zodat al haar dromen zullen uitkomen.

Meisjes van (bijna) 11

‘Vrijdag ben ik jarig,’ zei ze nog snel. Ik stond al met een been buiten, maar stapte weer naar binnen.
‘Echt waar? Dat is leuk. Zie ik jou donderdag ook?’ vroeg ik.
De donderdagen lees ik bij haar thuis voor aan haar halfbroertje van bijna drie en in mijn hoofd maakte ik al plannen om haar te verrassen.
Ze schudde haar hoofd van nee.
‘Als je vrijdagavond tijd hebt, kun je langskomen’, zei de moeder van haar halfbroertje. ‘Je hoeft geen cadeautje mee te nemen hoor.’
Ik hoefde niet mijn evenementen op Facebook te checken om te zien of er vrijdag een salsafeestje zou zijn; ik zou het verjaardagsfeestje van dit meisje van bijna elf niet willen missen. En terwijl ik naar huis liep, vroeg ik me af wat voor cadeaus meisjes van elf willen krijgen.

Ik kan me haast niet meer herinneren hoe het is om tien te zijn en elf te worden. Volgens mij was mijn mooiste cadeau toen een donkerblauw make-uptasje met bloemetjes; erin een felroze, plakkerige lipgloss van Miss Sporty. Maar het kan evengoed zo zijn dat ik dat voor mijn tiende verjaardag kreeg, of voor mijn twaalfde. Juist omdat ik maar zo weinig weet van toen, weet ik dat ik zorgeloos was. Het enige waar ik me zorgen over maakte, was dat ik op mijn elfde-en-één-dag bloed in mijn onderbroek had.

Het breekt mijn hart dat het niet vanzelfsprekend is dat meisjes van bijna elf zo zonder zorgen zijn. Dat dit meisje van bijna elf al zoveel verdriet heeft staan in haar verlegen donkere ogen die gaan stralen als ik naar haar lach en haar beloof dat ik op haar feestje kom.

(Het vervolg: Het feestje (Bollywood-stijl))