Hand in eigen boezem

Hand in eigen boezem
Woontrend: asymmetrie in de keuken

Ik geef mijn hormonen er de schuld van dat ik mij minstens een paar keer per dag zo boos maak om de verbouwing.
‘Het komt goed,’ zeggen D. en mijn moeder en mijn oma en mijn vriendinnen en mijn collega’s en mijn verloskundige en alle anderen die per ongeluk aan me vragen hoe het gaat dan.
Waarop ik nog bozer roep: ‘Daar gaat het helemaal niet om!’
Het gaat mij om de manier waarop het gaat. Om toezeggingen die keer op keer worden gedaan en keer op keer niet worden nagekomen. Om de gipsplaten die in allerijl tegen de muren zijn geplaatst waardoor onze op de millimeter geplande keuken niet meer past. Om de boiler die nu dus scheef boven de spoelbak hangt. Om de wasmachine die op de verkeerde (en meest rotte) plek is geïnstalleerd omdat er gewoon niet goed naar het ontwerp is gekeken. Omdat er niet naar mij geluisterd, laat staan met mij overlegd wordt.
Het enige goede dat hieruit voortkomt, is dat ik me op het huishouden stort om mijn woede te ventileren. Terwijl ik in zo’n driftbui de afwas doe en het bestek in het droogrek smijt, realiseer ik mij echter dat ik vooral boos ben op mijzelf. Want eerlijk is eerlijk, het is mijn eigen schuld. Ik heb zelf alles uit handen gegeven, omdat ik het wel makkelijk vind om me niet bezig te hoeven houden met dingen die ik moeilijk vind. Dat inzicht kalmeert me enigszins, want ik ben veel milder voor mijn eigen karakterfouten dan voor die van anderen.
‘Je hebt nu in ieder geval al mijn slechte kanten in één keer gezien,’ zeg ik daarna tegen D.

Nesteldrang gone wrong

Stel, je hebt nesteldrang terwijl je midden in een verbouwing zit. En de aannemer die jou al in april een nieuwe keuken, nieuwe babykamer en nieuwe kozijnen vóór augustus beloofde, loopt een beetje uit met zijn planning. Want wist hij veel dat de bouwvak dit jaar uitgerekend in juli zou beginnen. Dan kan hij natuurlijk geen kozijnen bestellen.

De keuken en het wandje dan. Vóór augustus zitten die er zeker in. Hij ziet je immers met de dag uitdijen, dus hij begrijpt de urgentie. Alleen moet jij toch ook de urgentie van zijn vrouw begrijpen, die graag haar verjaardag in een nieuw prieel in de tuin wilt vieren. Om dat te bekostigen heeft hij ook een wat grotere klus nodig dan jouw appartementje. Die duurt alleen wat langer dan hij had voorzien. Maar heus. Eind juli kan hij wel een begin maken bij jou. Daarna gaat hij eerst eens welverdiend op vakantie, maar zo rond jouw uitgerekende datum is het dan allemaal geregeld voor je.

Dan kun jij je heel boos maken. Maar zoveel stress is slecht voor de baby in je buik waardoor je je nu al een slechte moeder voelt. En terecht, want als je straks een huilbaby krijgt die in zijn eerste levensjaar super vatbaar is voor allerlei infecties weet ik wel waarom. Dus in plaats van je zo boos te maken, focus jij je op de dingen waar je wél controle over hebt.

Het interieur. In recordtempo en met een minimum aan financiële middelen shop je een complete inrichting bij elkaar. Tijd om er goed over na te denken gun je jezelf niet. Je wilt alleen maar zoveel mogelijk items van je talloze to do lijsten afstrepen voor je vliezen in een bouwmarkt breken. Dus ga je bij alles af op je intuïtie hormonen en heb je straks stoeptegels in de keuken liggen (zo God en de aannemer willen). Maar bij het kiezen tussen vleugje witte of krijtwitte muurverf, breek je.
‘Dan doen we toch gewoon wit,’ zegt je vriend.
‘Er bestaat helemaal geen gewoon wit,’ zeg jij.
Maar dat heb je verkeerd, want er is RAL 9010; het zuiver witte wit dat in heel Nederland op de muren wordt gesmeerd. Een stabiele factor in onzekere tijden. Je koopt 50 liter. Kun je meteen het hele huis ermee doen.

Nesteldrang gone wrong

Aan de grond (maar wel een mooie houten grond)

Het is altijd goed om te weten waar je staat in het leven. Zo heb ik, net 26, een baby in mijn buik en een hypotheek in mijn maag. En een appartement met een houten vloer, openslaande deuren en kamers waar op elk moment van de dag zonlicht naar binnen stroomt. Ik dacht dus eigenlijk dat ik het best goed voor elkaar had. Tot ik erachter kwam dat steeds minder starters een appartement in mijn prijsklasse kopen. Liever meteen een huis met voldoende kinderkamers in plaats van een stukje woonkamer dat met een gipswandje is afgedekt en zo voor babykamer moet doorgaan.
‘Straks raak ik mijn appartement niet kwijt als ik zwanger ben van de tweede,’ zei ik, een beetje voorbarig.
‘Daar hoef jij je geen zorgen om te maken,’ zei mijn vader. ‘Er zijn altijd mensen die aan de onderkant zitten en een appartement als het jouwe willen.’

Aan de grond