Alles wat ik schrijf is waar

Niet iedereen deelt mijn humor. ‘Schrijf hier maar een blog over,’ zei een van mijn zelfbenoemde proefkonijnen die zich beledigd voelde door wat ik schreef. ‘Het proefkonijn stopt.’ Maar naast dat ik dat geen sterke titel vind, vind ik het onderwerp niet passend. Mijn blog is niet mijn dagboek.

‘Is alles wat je schrijft wel echt gebeurd?’ vragen mensen soms aan mij.
‘Ja,’ zeg ik dan.
Maar niet altijd precies zoals het staat beschreven. Als ik werk of dans of in de trein zit of koffie drink, zijn er zoveel blikken, gebaren en losse opmerkingen die bij mij blijven haken. Soms raakt het me, vaak moet ik erom lachen. Als ik schrijf, vergroot ik zo’n blik, gebaar of opmerking uit. Door de context weg te laten, of door losstaande gebeurtenissen aan elkaar te koppelen. Alles wat ik schrijf is waar, maar het past niet één op één.

Mijn proefkonijn begrijpt dat niet. Dat kan ik me wel voorstellen, want op een punt moet ik hem gelijk geven. Ik blog omdat ik mijn stem zoek. Deze woordschetsen zijn mijn schrijfexperimenten en de mensen die ik tegenkom, zijn mijn proefkonijnen.
Maar sommigen zijn ook veel meer dan dat.

Salsales

‘Je gaat mee in de beweging,’ zei mijn danslerares. Ze draaide een kwartslag in en verplaatste met een subtiele draai van haar heupen haar gewicht naar rechts. ‘Je blijft in beweging, hoe klein die beweging ook is. Daarmee bouw je de spanning op die je nodig hebt om terug te veren en uit te draaien.’

Vrijheid voor vrouwen

‘Je moet een discussie beginnen op je blog,’ zei A.
Wat hij bedoelde was: je moet eens schrijven over meer wezenlijke dingen dan dansen en mannen. Ik begrijp het wel. Niemand anders houdt zich zoveel met mij bezig als ikzelf. Daarom volg ik vandaag zijn advies. Ik wil het hebben over een van de meest wijdverspreide vormen van vrouwenonderdrukking in Nederland. Elke dag worden duizenden jonge meiden op subtiele wijze gekleineerd en niemand die het wilt horen, laat staan dat iemand zich ertegen uitspreekt. Ik wil het hebben over het woord meisje.

Meisje.

Het Nederlandse woord voor een jonge vrouw is een verkleinwoord. Waarom is dat? Taal is niet iets wat buiten ons om bestaat. We vormen taal om woorden te geven aan onze diepste overtuigingen. En in de Nederlandse cultuur is blijkbaar nog altijd het idee geworteld dat een jonge vrouw kleiner is dan zij is.

Toegegeven, ik ben zelf ook schuldig. Negen van de tien keer omdat ik nog geen ander woord heb gevonden.

Eén keer omdat ik geloof dat ik kleiner ben dan ik ben.

De concurrentiestrijd

‘Anne, kom eens.’
Mijn manager staat in haar kamer (die met die kanariegele bank) en wenkt mij naar binnen.
‘Ik wil je voorstellen aan D.,’ zegt ze. ‘Zij is onze nieuwe content specialist. Je weet wel, die functie waar jij op solliciteerde.’
D. en ik glimlachen naar elkaar om onze keurende blikken te verhullen, maar onze ogen zien alles. De mijne blijven vooral hangen bij haar volle bos donkerbruine krullen. Ook dat nog.
Oké, ik solliciteerde zonder verwachtingen op die functie omdat ik 0 van de vereiste 5 jaar relevante ervaring had. Maar D. is maar een jaar ouder dan ik en heeft de baan wel gekregen. Ik heb een inhaalslag te maken. En niets prikkelt me zo als een kleine dosis jaloezie en wat competitie.
‘Ze is je concurrente,’ zei een vriend van mij.
‘Maar niet echt, want zij heeft al gewonnen,’ zei ik.
(Voor nu).