Nesteldrang gone wrong

Stel, je hebt nesteldrang terwijl je midden in een verbouwing zit. En de aannemer die jou al in april een nieuwe keuken, nieuwe babykamer en nieuwe kozijnen vóór augustus beloofde, loopt een beetje uit met zijn planning. Want wist hij veel dat de bouwvak dit jaar uitgerekend in juli zou beginnen. Dan kan hij natuurlijk geen kozijnen bestellen.

De keuken en het wandje dan. Vóór augustus zitten die er zeker in. Hij ziet je immers met de dag uitdijen, dus hij begrijpt de urgentie. Alleen moet jij toch ook de urgentie van zijn vrouw begrijpen, die graag haar verjaardag in een nieuw prieel in de tuin wilt vieren. Om dat te bekostigen heeft hij ook een wat grotere klus nodig dan jouw appartementje. Die duurt alleen wat langer dan hij had voorzien. Maar heus. Eind juli kan hij wel een begin maken bij jou. Daarna gaat hij eerst eens welverdiend op vakantie, maar zo rond jouw uitgerekende datum is het dan allemaal geregeld voor je.

Dan kun jij je heel boos maken. Maar zoveel stress is slecht voor de baby in je buik waardoor je je nu al een slechte moeder voelt. En terecht, want als je straks een huilbaby krijgt die in zijn eerste levensjaar super vatbaar is voor allerlei infecties weet ik wel waarom. Dus in plaats van je zo boos te maken, focus jij je op de dingen waar je wél controle over hebt.

Het interieur. In recordtempo en met een minimum aan financiële middelen shop je een complete inrichting bij elkaar. Tijd om er goed over na te denken gun je jezelf niet. Je wilt alleen maar zoveel mogelijk items van je talloze to do lijsten afstrepen voor je vliezen in een bouwmarkt breken. Dus ga je bij alles af op je intuïtie hormonen en heb je straks stoeptegels in de keuken liggen (zo God en de aannemer willen). Maar bij het kiezen tussen vleugje witte of krijtwitte muurverf, breek je.
‘Dan doen we toch gewoon wit,’ zegt je vriend.
‘Er bestaat helemaal geen gewoon wit,’ zeg jij.
Maar dat heb je verkeerd, want er is RAL 9010; het zuiver witte wit dat in heel Nederland op de muren wordt gesmeerd. Een stabiele factor in onzekere tijden. Je koopt 50 liter. Kun je meteen het hele huis ermee doen.

Nesteldrang gone wrong

Borsten


Nu ik zwanger ben, is mijn lichaam opeens niet meer van mij. Iedereen wilt het bekijken en betasten. En becommentariëren. Vooral vrouwen voelen zich vrij om alles wat ze over mijn lijf denken ook gewoon te zeggen. En dat blijft niet bij ‘laat je buik nog eens zien’. Meer nog dan over mijn buik krijg ik opmerkingen over mijn borsten. Die waren toch al nooit klein, maar inmiddels groter dan die van dikke-tieten-Merel op de middelbare school.

Ik vond het altijd sneu voor Merel dat de jongens haar zo noemden. Maar stiekem was ik ook opgelucht, omdat mijn borsten daardoor enigszins buiten beeld bleven. Bijna tien jaar na de havo moet ik er echter alsnog aan geloven met opmerkingen als:

  • ‘Zooo, je krijgt flinke memmen.
  • ‘Je groeit flink zeg! Je borsten bedoel ik.’
  • ‘Je hebt nu al genoeg melk om een tweeling te voeden.’

Maar dan niet van vijftienjarige jongens, maar vrouwen die de puberteit allang voorbij zijn.

Pregnant and in heels

‘Pregnant and in heels, I love it!’ zei een collega.
Zelf is ze heel uitgesproken, ook in haar kledingstijl, en ze kan dus oprecht waarderen dat ik op 2/3e van mijn zwangerschap nog steeds op hakken rondloop. Terwijl dat voor mij minder met een hoogstaand stijlgevoel te maken heeft en meer met mijn hervormde inborst. Want wat nou duizelingen in mijn hoofd, pijn laag in mijn rug en benen die zwaar van vermoeidheid zijn. Niet klagen maar dragen, die hakken, en bidden om kracht.

Pregnant and in heels

 

Aan de grond (maar wel een mooie houten grond)

Het is altijd goed om te weten waar je staat in het leven. Zo heb ik, net 26, een baby in mijn buik en een hypotheek in mijn maag. En een appartement met een houten vloer, openslaande deuren en kamers waar op elk moment van de dag zonlicht naar binnen stroomt. Ik dacht dus eigenlijk dat ik het best goed voor elkaar had. Tot ik erachter kwam dat steeds minder starters een appartement in mijn prijsklasse kopen. Liever meteen een huis met voldoende kinderkamers in plaats van een stukje woonkamer dat met een gipswandje is afgedekt en zo voor babykamer moet doorgaan.
‘Straks raak ik mijn appartement niet kwijt als ik zwanger ben van de tweede,’ zei ik, een beetje voorbarig.
‘Daar hoef jij je geen zorgen om te maken,’ zei mijn vader. ‘Er zijn altijd mensen die aan de onderkant zitten en een appartement als het jouwe willen.’

Aan de grond

Vraag nooit zomaar aan een vrouw of ze zwanger is

Van de een op de andere dag kon ik niet meer verhullen dat ik seks heb gehad zwanger ben. Ik ben nu de enige die het soms nog vergeet (ik wijt het aan zwangerschapsdementie).

‘Gefeliciteerd,’ zei een vrouw op werk spontaan toen ik langs haar liep.
Ik staarde haar onbegrijpend aan terwijl mijn hersenen haar woorden probeerden te plaatsen. In die ene seconde betrok haar glimlach en werden haar ogen groot van de horror.
‘Toch?’ piepte ze.
Toen pas begreep ik dat ze op de baby in mijn buik doelde.
‘Oh ja! Dankjewel!’
Opgelucht snelde ze weg.

Vraag nooit zomaar aan een vrouw of ze zwanger is