Ingewijd

‘Ik had nooit gedacht dat ik zwanger zijn zo fantastisch zou vinden,’ zei ze. Haar huid en ogen straalden met een onschuld die me recht in het hart trof, omdat ik mijzelf van zo’n twee weken terug erin herkende.
Wacht maar tot je ligt te bevallen, dacht ik. Dan is het allemaal echt zo fantastisch niet meer.
Dat kon ik haar echter niet vertellen. Net zoals alle moeders die ik ken het mij van tevoren niet konden vertellen, maar hoogstwaarschijnlijk allemaal wel dachten.

‘Is de bevalling makkelijk gegaan?’ vroeg een zwangere studievriendin aan me.
Eerlijk gezegd was ik er al klaar mee voor het goed en wel begonnen was. Na uren van onregelmatige weeën dacht ik dat mijn baby de uitzondering op het cliché zou blijken en dus wél zou blijven zitten. Achteraf zou ik dat niet eens heel erg hebben gevonden, want dan hadden ze hem eruit mogen trekken met een vacuümpomp of snijden tijdens een keizersnede. Allebei beter dan keer op keer persen zonder persweeën terwijl de verloskundige haar vingers naar binnen stak om me te dwingen ze er samen met het babyhoofdje uit te drukken, maar waardoor ik mijn voeten liever in haar gezicht wilde planten dan in haar zij.

Dat is niet het antwoord dat ik gaf. De pijn van een bevalling kan ik niet beschrijven en al kon ik dat wel, het zou mijn vriendin niet helpen. Eenmaal zwanger is er geen ontkomen meer aan. Wat ik wel kon vertellen, is dat ik de verloskundige niet in haar gezicht heb getrapt. Dat ik mijzelf elke keer weer kon herpakken. Mijn verstand elke keer weer op nul kon zetten en weer een grote hap adem kon nemen. Totdat het hoofdje eindelijk niet meer terug naar binnen floepte, maar bleef staan.

‘Hij is het allemaal waard toch,’ gooide een niet-moeder vriendin er nog een cliché tegenaan.
Dat is waar. Dat je de pijn bent vergeten zodra je jouw kind in je armen houdt, niet. Het is maar goed dat je bij de eerste niet weet hoe het is en bij een volgende weet hoeveel je van je kindje gaat houden. En dat je het kunt, ook al denk je zelf op dat moment van niet.

Hand in eigen boezem

Hand in eigen boezem
Woontrend: asymmetrie in de keuken

Ik geef mijn hormonen er de schuld van dat ik mij minstens een paar keer per dag zo boos maak om de verbouwing.
‘Het komt goed,’ zeggen D. en mijn moeder en mijn oma en mijn vriendinnen en mijn collega’s en mijn verloskundige en alle anderen die per ongeluk aan me vragen hoe het gaat dan.
Waarop ik nog bozer roep: ‘Daar gaat het helemaal niet om!’
Het gaat mij om de manier waarop het gaat. Om toezeggingen die keer op keer worden gedaan en keer op keer niet worden nagekomen. Om de gipsplaten die in allerijl tegen de muren zijn geplaatst waardoor onze op de millimeter geplande keuken niet meer past. Om de boiler die nu dus scheef boven de spoelbak hangt. Om de wasmachine die op de verkeerde (en meest rotte) plek is geïnstalleerd omdat er gewoon niet goed naar het ontwerp is gekeken. Omdat er niet naar mij geluisterd, laat staan met mij overlegd wordt.
Het enige goede dat hieruit voortkomt, is dat ik me op het huishouden stort om mijn woede te ventileren. Terwijl ik in zo’n driftbui de afwas doe en het bestek in het droogrek smijt, realiseer ik mij echter dat ik vooral boos ben op mijzelf. Want eerlijk is eerlijk, het is mijn eigen schuld. Ik heb zelf alles uit handen gegeven, omdat ik het wel makkelijk vind om me niet bezig te hoeven houden met dingen die ik moeilijk vind. Dat inzicht kalmeert me enigszins, want ik ben veel milder voor mijn eigen karakterfouten dan voor die van anderen.
‘Je hebt nu in ieder geval al mijn slechte kanten in één keer gezien,’ zeg ik daarna tegen D.

Kleine D. lijkt nu al (niet) op mij

Na 30 weken zwangerschap begint het duidelijk te worden dat kleine D. in sommige opzichten al erg op mij lijkt. Hij gaat bijvoorbeeld niet graag op de foto:

Baby vet
Voor wie hier niks in kan zien: dit zijn de allerliefste zwart-witte vlekken ooit. Die grote zwarte vlek is bovendien het handje van kleine D. dat hij voor de camera houdt.

In andere opzichten lijkt hij juist helemaal niet op mij. Tijdens de groei-echo meet de echoscopist een aantal keer zijn buikje op.
‘Wat kleiner dan gemiddeld,’ concludeert ze.
Bij de verloskundige is het mijn beurt. Ik ga liggen en ontbloot mijn buik, terwijl zij haar meetlint tevoorschijn haalt. Ze spant hem in de lengte over mijn buik. En dan nog eens. En dan nog een derde keer.
’Ik kan er echt niks anders van maken,’ zegt ze. ‘Ruim 31 centimeter. Dat is wat groter dan gemiddeld. Maar aan de achterkant zie je er niks van hoor.’
Gelukkig is niet alleen mijn buik dikker geworden, maar mijn huid ook.

Nesteldrang gone wrong

Stel, je hebt nesteldrang terwijl je midden in een verbouwing zit. En de aannemer die jou al in april een nieuwe keuken, nieuwe babykamer en nieuwe kozijnen vóór augustus beloofde, loopt een beetje uit met zijn planning. Want wist hij veel dat de bouwvak dit jaar uitgerekend in juli zou beginnen. Dan kan hij natuurlijk geen kozijnen bestellen.

De keuken en het wandje dan. Vóór augustus zitten die er zeker in. Hij ziet je immers met de dag uitdijen, dus hij begrijpt de urgentie. Alleen moet jij toch ook de urgentie van zijn vrouw begrijpen, die graag haar verjaardag in een nieuw prieel in de tuin wilt vieren. Om dat te bekostigen heeft hij ook een wat grotere klus nodig dan jouw appartementje. Die duurt alleen wat langer dan hij had voorzien. Maar heus. Eind juli kan hij wel een begin maken bij jou. Daarna gaat hij eerst eens welverdiend op vakantie, maar zo rond jouw uitgerekende datum is het dan allemaal geregeld voor je.

Dan kun jij je heel boos maken. Maar zoveel stress is slecht voor de baby in je buik waardoor je je nu al een slechte moeder voelt. En terecht, want als je straks een huilbaby krijgt die in zijn eerste levensjaar super vatbaar is voor allerlei infecties weet ik wel waarom. Dus in plaats van je zo boos te maken, focus jij je op de dingen waar je wél controle over hebt.

Het interieur. In recordtempo en met een minimum aan financiële middelen shop je een complete inrichting bij elkaar. Tijd om er goed over na te denken gun je jezelf niet. Je wilt alleen maar zoveel mogelijk items van je talloze to do lijsten afstrepen voor je vliezen in een bouwmarkt breken. Dus ga je bij alles af op je intuïtie hormonen en heb je straks stoeptegels in de keuken liggen (zo God en de aannemer willen). Maar bij het kiezen tussen vleugje witte of krijtwitte muurverf, breek je.
‘Dan doen we toch gewoon wit,’ zegt je vriend.
‘Er bestaat helemaal geen gewoon wit,’ zeg jij.
Maar dat heb je verkeerd, want er is RAL 9010; het zuiver witte wit dat in heel Nederland op de muren wordt gesmeerd. Een stabiele factor in onzekere tijden. Je koopt 50 liter. Kun je meteen het hele huis ermee doen.

Nesteldrang gone wrong

Borsten


Nu ik zwanger ben, is mijn lichaam opeens niet meer van mij. Iedereen wilt het bekijken en betasten. En becommentariëren. Vooral vrouwen voelen zich vrij om alles wat ze over mijn lijf denken ook gewoon te zeggen. En dat blijft niet bij ‘laat je buik nog eens zien’. Meer nog dan over mijn buik krijg ik opmerkingen over mijn borsten. Die waren toch al nooit klein, maar inmiddels groter dan die van dikke-tieten-Merel op de middelbare school.

Ik vond het altijd sneu voor Merel dat de jongens haar zo noemden. Maar stiekem was ik ook opgelucht, omdat mijn borsten daardoor enigszins buiten beeld bleven. Bijna tien jaar na de havo moet ik er echter alsnog aan geloven met opmerkingen als:

  • ‘Zooo, je krijgt flinke memmen.
  • ‘Je groeit flink zeg! Je borsten bedoel ik.’
  • ‘Je hebt nu al genoeg melk om een tweeling te voeden.’

Maar dan van vrouwen die de puberteit allang voorbij zijn.