Het date-dilemma

‘Ik wil je zien,’ zegt hij.
Zijn stem valt haast weg door het geluid van zomer in de stad en ik druk mijn telefoon tegen mijn oor.
‘Wát zeg je?’ vraag ik.
‘Ik wil je zien. Kun je morgen afspreken?’
‘Ja,’ zeg ik blij, want ik wil hem ook zien, vooral zijn ogen als hij lacht.
En met een glimlach om mijn lippen en mijn telefoon in mijn hand loop ik verder. ‘Ping’ klinkt het. Ik kijk naar mijn telefoon en zie een appje binnenkomen.
‘Hi Anne! De chefs van het Rozentuindiner stellen zich morgen voor. Heb jij tijd en zin om erheen te gaan en een artikel te schrijven?’
Mijn hart en ik blijven midden op straat stilstaan.
‘Sorry,’ typ ik dan. ‘Ik kan morgen niet.’
Mijn duim zweeft boven de woorden, maar ik aarzel.
Anne, je laat niet een kans om te schrijven voorbijgaan voor een man, spreek ik mijzelf rap toe.
Mijn duim tikt op Stuur.
Als hij mij echt leuk vindt, begrijpt hij het.