Recept voor spaghetti met ragu

Riblappen in bubbelende braadboter.

Ui, look, wortel en beslist geen bleekselderij.

Witte wijn die harder sist dan de dreumes die een slang nadoet.

Bouillon van een blokje.

Ordinaire tomatenketchup.

Zout en peper.

Drie uur durend ongeduld.

Die keer dat ik een date had met vier chefs

Ik ben te laat voor onze afspraak en kom verwilderd aan.
‘Wil je ook wat eten?’ vraagt Chung vriendelijk. Hij en de andere chefs zitten op het terras aan het water van zijn restaurant.
‘Ja, lekker,’ zeg ik, met een schuin oog op de gevulde schalen die op tafel staan.
Chung overhandigt me eetstokjes.
Het zweet dat net begon op te drogen breekt me weer uit. Onder de ogen van vier van de beste chefs van Rotterdam frummel ik wat met die stokjes tot mijn vingers enige grip lijken te hebben. Ik reik naar een van de schalen en pak wat van de knapperige eend. Vlug stop ik het in mijn mond en opgelucht kauw ik. Maar hoe lekker het ook smaakt, ik durf mijn geluk niet nog eens uit te proberen. Om te verhullen dat ik eigenlijk een neppe foodblogger ben, doe ik net alsof ik mijn taak om hen te interviewen heel serieus neem.
En schrijf ik een artikel over hun Rozentuindiner waar ik heel graag naartoe wil. Maar ik durf niet meer.

Dag 7: Mijn nieuwe eetfilosofie

Als ik reis, is er maar een eetregel waar ik me aan houd: eet nooit ergens twee keer. Zelfs in de kleinste bergdorpjes zijn er gemiddeld drie bars op vijf inwoners. Laat staan hoeveel er te proeven is in een stad als Granada! Maar zoals dat gaat met alles waar ik te stellig in geloof, is ook deze regel niet meer. En dit is wat me heeft bekeerd:

  • Vanille frappes en chai lattes van La Finca, een koffiebar in een zijstraat van de kathedraal waar geen licht invalt. De eigenaar heeft een tikje afstandelijke blik in zijn donkere ogen en ik moest vier keer terugkomen voor hij een blijk van herkenning gaf. Niet dat het me daarom te doen was.
  • Een knapperig broodje met olijfolie waar ik in wil baden en zoete, zoute jamón van Casa Lopera. Voor de bar staat een uitklapbord met een foto van het broodje. Dat zag ik pas de tweede keer, anders was ik er nooit naar binnen gegaan. En toen was het al te laat. Toen ik die tweede keer met een hongerige blik in mijn ogen aan de toonbank stond, lachte de eigenaar zonder verbaasd te zijn om mij alweer te zien. ‘Je moet er ook deze kaas bij nemen,’ zei hij en liet me de helft minder betalen dan de dag ervoor.
  • Marokkaanse kippasteitjes met amandelen en kaneel van Panadería Maria. Ook goed voor ontploft bladerdeeg met vanilleroom.
  • Crêpes van Baraka, met zoete (dulce de leche!) en hartige vulling die ik opeet op een houten bank tegen een muur van lucht.
  • Als het me lukt om een plekje te veroveren in deze stampvolle ijssalon: bolletjes vanille- en citroenijs van Los Italianos.
  • De thee en vegetarische curry’s van José. En terwijl ik maar door blijf eten en drinken, speelt hij gitaar.

Elke keer op dezelfde plekken eten is niet echt avontuurlijk. Maar wel een leuke manier om lekker eten en drinken van lekkere- ehh goede barista’s, chefs, bakkers en ijsmakers te waarderen.